Search
 

Capaciteitsplan 2011 SEH

Capaciteitsplan 2011 voor de medische vervolgopleiding spoedeisende geneeskunde

  • In aansluiting op het eind vorig jaar uitgebrachte integrale Capaciteitsplan 2010, en dan met name deelrapport 1 over de medische - en klinisch technologische specialismen, wordt in dit Capaciteitsplan het enige ontbrekende (ziekenhuis)onderdeel, de spoedeisende geneeskunde,  behandeld. Het betreft een vrij jonge profielopleiding, waarover in december 2008 voor het eerst een instroomadvies is uitgebracht. De ontwikkelingen gaan snel. Zo is het aantal gecertificeerde en in Nederland werkzame SEH artsen toegenomen van bijna 75 in 2008 tot bijna 185 in 2011. Afgaande op het momentane aantal aios (175 aios medio 2011)  zal het aantal SEH artsen de komende jaren blijven toenemen. Middels een viertal scenario’s wordt geschetst hoe de spoedeisende geneeskunde naar stabiele situaties kan toegroeien. Op basis van de binnen het Capaciteitsorgaan gemaakte keuzes resulteert uiteindelijk een verwachte behoefte aan SEH-artsen van 570 tot 639 personen en een instroomadvies van maximaal 52 aios in 2013 en minimaal 45 aios in 2014 en volgende jaren.
    Capaciteitsplan 2011 SEH.pdf  + Aanbiedingsbrief VWS

    Voor nadere toelichting: Joris Meegdes: 030-2823208 of j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl

Capaciteitsplan 2011 GGZ

Capaciteitsplan 2011: Advies voor de (vervolg)opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch neuropsycholoog, klinisch psycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist ggz.

  • Dit eerste richtinggevende advies bevat een capaciteitsraming en instroomadvies voor de bovenstaande beroepen.  Benadrukt wordt het richtinggevende karakter van dit Capaciteitsplan. Het is namelijk de eerste keer, dat het Capaciteitsorgaan voor deze beroepsgroepen een dergelijk Capaciteitsplan uitbrengt. Mede daardoor was de relevante beschikbare informatie spaarzaam en is veel informatie alsnog ontsloten. Historische informatie over de aanbodcapaciteit was veelal niet beschikbaar. Desondanks is het met hulp en inzet van velen, waaronder het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding (CONO), gelukt om tot een afronding van dit eerste Capaciteitsplan 2011 te komen.  Voor de vijf onderscheiden beroepsgroepen resulteert dit (op basis van een aantal mogelijke toekomst scenario’s) in een minimum- en maximumadvies voor de benodigde jaarlijkse instroom in de betreffende opleidingen. Mede op basis daarvan wordt aanvullend ook nog een voorkeursadvies aangegeven. Voor alle vijf beroepsgroepen is dit aantal hoger dan de huidige instroom. 
    Capaciteitsplan 2011.pdf  + Aanbiedingsbrief VWS.pdf 

    Voor nadere toelichting: Joris Meegdes: 030-2823208 of j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl

Jaarbeeld 2010

In het kader van de monitorfunctie van het Capaciteitsorgaan wordt in deze notitie naar een aantal invalshoeken primair een beeld gegeven van de feitelijke instroom en capaciteitsontwikkeling van de aios in de dertig medische – en klinisch technologische specialismen, alsmede het profiel SEH. Zowel de landelijke als regionale invalshoek komt daarbij aan de orde, waarbij per OOR voor de instroom ook nog eens een vergelijking wordt gemaakt met de geplande of toegewezen instroom.  Dit geldt voor zowel het totaal als per specialisme. Aanvullend wordt voor de jaren 2005 t/m 2010 de instroom naar OOR en zogenaamde FTE-jaarfactor weergegeven en toegelicht.
Jaarbeeld 2010.pdf 

Voor meer informatie: Joris Meegdes 030-2823208 of j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl

Revisie 1.1. Capaciteitsplan 2010

Januari 2011: Revisie deelrapport 4 en hoofdrapport

Door een verkeerd ingevoerde parameter voor de vertrekkansen van zittende bedrijfsartsen zijn de berekende instroomaantallen aios bedrijfsgeneeskunde in alle varianten in hoofdstuk 7 en 8 systematisch veel te hoog. Besloten is om het betreffende deelrapport opnieuw te drukken en als revisie 1.0 op onze website te plaatsen. Dat heeft ook consequenties voor het hoofdrapport, waarin deze verkeerde getallen voor de bedrijfsgeneeskunde eveneens genoemd worden. Ook dat rapport is als revisie 1.0 op de website geplaatst. De revisies hebben géén gevolgen voor de adviezen over het aantal door VWS te subsidiëren opleidingsplaatsen en/ of de omvang van de jaarlijkse instroom in de initiële opleiding geneeskunde.

Attente lezers hebben ook in de andere rapporten een aantal foutjes gesignaleerd en doorgegeven. Een overzicht van alle correcties per rapport vindt u hier. >>Lees meer 

Capaciteitsplan 2010

In december 2010 is het Capaciteitsplan 2010 verschenen. Dit Capaciteitsplan bestaat uit een hoofdrapport en een 6-tal deelrapporten. Het advies houdt in dat de instroom in de meeste vervolgopleidingen omhoog moet en de instroom in de in initiële opleiding geneeskunde naar 3.100.

  • Samenvatting Hoofdrapport
    De afgelopen 10 jaar is het aantal geregistreerde medisch specialisten, huisartsen, sociaal geneeskundigen, specialisten ouderengeneeskunde, en Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (AVG) sterk toegenomen. De gestegen instroom in de betreffende vervolgopleidingen is hier de oorzaak van. Toch zal de instroom in de vervolgopleidingen onder invloed van feminisering en een verder toenemende vraag nog verder moeten toenemen. De adviezen over de instroom (vanaf 2012) zijn: 1.197 tot 1.415 voor de medisch specialisten, 720 voor de huisartsen, 143 voor de sociaal geneeskundigen (binnen de subsidiestromen van VWS), 109 voor de specialisten ouderengeneeskunde, en 16 voor de AVG. Om hierin op termijn te kunnen voorzien zal de instroom in de initiële opleiding geneeskunde moeten toenemen naar 3.100.
    Bij deze instroomadviezen is ervan uitgegaan dat taakherschikking van de arts naar de verpleegkundig specialist/ physician assistant bevorderd wordt. Bij de medisch specialisten is dit als een optie aangeboden. Indien deze optie wordt gebruikt wordt in totaal een instroom van 650 studenten in de opleidingen tot verpleegkundig specialist/ physician assistant geadviseerd.
    Daarnaast wordt in dit rapport ook over de mondzorg een integraal instroomadvies gegeven. Geadviseerd wordt om jaarlijks 374 tandartsen, 358 mondhygiënisten, 16 kaakchirurgen en 9 orthodontisten in de initiële respectievelijk vervolgopleidingen in te laten stromen. Op deze manier wordt een evenwicht tussen zorgvraag en zorgaanbod gehandhaafd. De taakherschikking van de tandarts naar de mondhygiënist wordt de komende jaren verder uitgebouwd. Uit onderzoek blijkt dat er tevens taakherschikking van tandarts naar preventieassistente plaatsvindt.

    Het adviesonderdeel “instroom in de initiële opleiding tandheelkunde”zal niet eenvoudig geïmplementeerd kunnen worden. De huidige jaarlijkse instroom aan de drie faculteiten bedraagt 240. 
    revisie 1.1 Capaciteitsplan 2010  Hoofdrapport

    Voor nadere toelichting: Victor Slenter: 030-2823331 of v.slenter@capaciteitsorgaan.nl

     

  • Samenvatting Deelrapport 1: Medisch en klinisch technologische specialisten
    Centraal in het eerste deelrapport van het Capaciteitsplan 2010 staat de grote groep van zevenentwintig medisch - en drie klinisch technologische specialismen. Begin 2010 betreft het meer dan 18.000 werkzame specialisten. In dit deelrapport komt naar voren dat de zorgvraag over de gehele linie jaarlijks blijft toenemen waardoor de behoefte aan medisch en klinisch technologische specialisten ook steeds groter wordt. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de geraamde instroom en de ontwikkeling van de totale opleidingscapaciteit. Voor de zevenentwintig medische specialismen tezamen adviseert het Capaciteitsorgaan (vanaf 2012) een jaarlijkse instroom van minimaal bijna 1.200 aios tot maximaal iets meer dan 1.400 aios.

    Het advies sluit aan de minimumkant goed aan bij de hoge instroom die de afgelopen jaren is gerealiseerd. Het maximumadvies ligt nog beduidend hoger (circa 25%), hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door in de berekening minimaal tot geen rekening te houden met ontwikkelingen op het gebied van taakherschikking naar bijvoorbeeld verpleegkundig specialisten of physician assistants.  Zowel minimum- als maximumadvies leiden tot een toename van het totaal aios en de bezette opleidingscapaciteit. Of en in welke mate dit voor elk specialisme afzonderlijk geldt komt in het deelrapport uitgebreid aan de orde.
    Deelrapport 1: Medisch en klinisch technologische specialisten
    Erratum deelrapport 1 

    Voor nadere toelichting: Joris Meegdes: 030-2823208 of j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl

     
  • Samenvatting Deelrapport 2: Huisartsgeneeskunde
    Advies: Instroom aios huisartsgeneeskunde naar 720 vanaf 2012
    Het aantal geregistreerde huisartsen heeft in 2010 de 11.000 overschreden. De groei van het aantal huisartsen ten opzichte van 2000 is 20 %, van het aantal fte 10 %. Deze lagere groei van het aantal fte is het gevolg van de toenemende feminisering van de beroepsgroep.

    De huisartsgeneeskunde is volop in beweging. De huisarts werkt steeds vaker in een duo- of groepspraktijk en benut daarin ook andere disciplines, zoals de POH. Bijna 80 % van de beroepsgroep heeft zich aangesloten bij een zorggroep. De huisarts treed steeds meer op als regisseur bij ketenzorgtrajecten. Gedeeltelijke substitutie van tweedelijnszorg is daarbij een belangrijk aandachtspunt, dat ook in de raming verwerkt is.

    De vraag naar huisartsenzorg groeit volgens de raming van het Capaciteitsplan jaarlijks met 2,2%. Deze groei wordt veroorzaakt door demografische, sociaal-culturele, en epidemiologische ontwikkelingen. Los daarvan is er sprake van groei door het beleid van de overheid en door initiatieven van de beroepsgroep zelf. Om de zorgvraag adequaat te beantwoorden is vanaf 2012 een jaarlijkse instroom van 720 aios in de vervolgopleiding tot huisarts volgens het Capaciteitsorgaan noodzakelijk. Het totale aanbod aan personeel dat huisartsenzorg levert neemt overigens continue toe. In 2028 zal de capaciteit aan huisartsen bestaan uit 9.358 fte, verdeeld over ruim 13.000 werkzame beroepsbeoefenaren.

    Er zijn relatief veel waarnemers. Zij zorgen voor de flexibiliteit van het systeem van de huisartsenzorg. Onderzoek naar de geografisch spreiding van huisartsen over het land laat overigens op regionale schaal nog geen problemen zien. De opvolging van huisartsen in rurale gebieden kan op termijn wel moeizamer worden, met name voor de solo praktijken.
    Deelrapport 2: Huisartsgeneeskunde 

    Ten behoeve van het deelrapport 2 Huisartsgeneeskunde is een aantal externe onderzoeken uitgevoerd.>>Lees meer.

    Voor nadere toelichting: André Esch: 030-2823287 of a.esch@capaciteitsorgaan.nl 

  • Samenvatting Deelrapport 3: Mondzorg
    Instroom tandartsen en mondhygiënisten moet fors omhoog

    Het Advies Mondzorg bevat een advies voor de instroom in de opleidingen tot tandarts, mondhygiënist, kaakchirurg en orthodontist. In 2010 telde Nederland 8.881 tandartsen, 2.425 mondhygiënisten, 233 kaakchirurgen, en 275 orthodontisten. Momenteel is echter meer dan 50% van de werkzame tandartsen ouder dan 50 jaar. De vraag naar tandheelkundige zorg zal in Nederland de komende jaren blijven toenemen. Daarbij komt dat jaarlijks naast 200 “Nederlandse” tandartsen ook 180 nieuwe buitenlandse tandartsen in Nederland geregistreerd worden. Om niet te afhankelijk te worden van de buitenlandse instroom en om te kunnen blijven voldoen aan de stijgende vraag naar tandheelkundige zorg, adviseert het Capaciteitsorgaan de instroom in de opleiding tandheelkunde te verhogen van 240 naar 375.

    Van de werkzame mondhygiënisten is 45% jonger dan 34 jaar. Bij de huidige instroom van 300 studenten in de opleiding zal het aantal mondhygiënisten de komende jaren dus blijven toenemen. De vraag naar preventieve mondzorg in Nederland zal naar verwachting stijgen met 31% in 10 jaar. Om aan de stijgende vraag te kunnen blijven voldoen en om de komende 10 jaar daarnaast een taakherschikking van 7,5% van de tandarts naar de mondhygiënist te kunnen realiseren adviseert het Capaciteitsorgaan om de instroom in de opleiding mondzorgkunde te verhogen van 300 naar 358.

    Verwacht wordt dat de vraag naar kaakchirurgie zal stijgen met 13% in 10 jaar. Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen en om de afhankelijkheid van het buitenland te verminderen adviseert het Capaciteitsorgaan verhoging van de instroom in de opleiding tot kaakchirurg van 13 naar 16. De vraag naar orthodontie in Nederland zal netto nauwelijks stijgen. Het Capaciteitsorgaan adviseert daarom de instroom in de opleiding tot orthodontist te handhaven op 9.
    Deelrapport 3: Mondzorg

    Ten behoeve van het Advies Mondzorg 2010 is een vijftal externe onderzoeken uitgevoerd. >>Lees meer.

    Voor nadere toelichting: Alies Zandbergen: 030-2823816 of a.zandbergen@capaciteitsorgaan.nl

  • Samenvatting Deelrapport 4: Sociale geneeskunde
    Advies: aandacht voor hoofdstroom Arbeid en Gezondheid gewenst

    Binnen de sociale geneeskunde hebben zich door diverse omstandigheden grote achterstanden in de opleidingen opgebouwd. Tengevolge hiervan wordt in de hoofdstroom Arbeid en Gezondheid de komende 5 jaren een tekort aan verzekeringsartsen verwacht, gevolgd door een schaarste aan bedrijfsartsen. De ramingen laten zien dat de jaarlijkse instroom in deze twee opleidingen 111 respectievelijk 145 aios zou moeten bedragen om het evenwicht in 2028 hersteld te hebben. Verwacht wordt dat deze instroom niet tijdig op gang zal komen. De uiteindelijke “inhaalslag” zal het reservoir aan basisartsen die op zoek zijn naar een opleidingsplaats doen krimpen.

    De instroom in de opleidingen tot jeugdarts KNMG en arts infectieziektebestrijding KNMG in de hoofdstroom Maatschappij en Gezondheid komen sinds 2009 goed op gang. Gecombineerd met de medische milieukunde en de tuberculosebestrijding is een jaarlijkse instroom van 143 aios voldoende om op termijn een evenwicht tussen vraag en aanbod te realiseren.
    revisie 1.1 Deelrapport 4 Sociaal Geneeskundigen.

    Ten behoeve van het Advies Sociaal Geneeskundigen is een vijftal externe onderzoeken uitgevoerd. >> Lees meer
     

    Voor nadere toelichting: Victor Slenter: 030-2823331 of v.slenter@capaciteitsorgaan.nl 

  • Samenvatting Deelrapport 5: Specialist ouderengeneeskunde
    Advies: jaarlijkse instroom van 109 plaatsen

    De geraamde groei van de zorgvraag naar specialisten ouderengeneeskunde is met 1,0 % tot 1,3 % per jaar relatief bescheiden in omvang. Om de zorgvraag in evenwicht te brengen met het zorgaanbod wordt in deze raming een instroom van 109 aios in de vervolgopleiding geadviseerd. Daarbij is rekening gehouden met verbeteringen in het werkproces en taakherschikking naar de verpleegkundig specialist en de praktijkverpleegkundige. Het klimaat voor verticale substitutie is in dit specialisme gunstig.

    Er bestaan wel zorgen over de haalbaarheid van het advies. De opleidingsinstellingen zijn sinds 2006 niet meer geslaagd in realisatie van de geadviseerde instroom. Er zijn bovendien momenteel ruim 100 en 30 moeilijk vervulbare vacatures voor specialist ouderengeneeskunde respectievelijk verpleegkundig specialist binnen verpleeghuizen. Ondanks de relatief lage groei van de zorgvraag blijft de medische zorg voor de kwetsbare oudere in het verpleeghuis zelf kwetsbaar.
    Deelrapport 5: Specialist ouderengeneeskunde

    Voor nadere toelichting: Victor Slenter: 030-2823331 of v.slenter@capaciteitsorgaan.nl 

  • Samenvatting Deelrapport 6: Arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG)
    Advies: jaarlijkse instroom van 16 aios

    Er bestaat momenteel een zekere schaarste aan AVG. Om die reden is in het vorige advies aanbevolen om in de periode 2009 t/m 2011 een instroom van 20 tot 24 aios te realiseren. Dat is veel meer dan nodig is om op lang termijn een evenwicht te creëren. Een instroom van 16 aios in de opleiding tot AVG volstaat om zorgvraag en zorgaanbod op termijn met elkaar in evenwicht te krijgen.

    Gezien het feit dat zowel intramuraal als extramuraal een nieuw evenwicht wordt gezocht in de afstemming van de werkzaamheden tussen huisarts en AVG is nu voor de komende periode (2012 e.v.) gekozen voor een benadering waarin de resterende tekorten iets voorzichtiger worden ingelopen. Er zal de komende jaren wel een schaarste aan AVG blijven bestaan, die langzaam maar zeker ingelopen wordt. De eerste effecten van het advies uit 2008 zullen overigens pas vanaf 2012 zichtbaar gaan worden.
    Deelrapport 6: Arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG)

    Voor nadere toelichting: Victor Slenter: 030-2823331 of v.slenter@capaciteitsorgaan.nl  

Opleidingsinrichtingen voor vervolgopleidingen medische specialismen 2010

Hier vindt u een overzicht van alle in Nederland erkende opleidingsinrichtingen voor de zevenentwintig erkende medische specialismen (incl. psychiatrie) per 30 november 2010. Daarbij wordt de vervolgopleiding getypeerd op instelling (academisch/universitair of perifeer) en op omvang (volledige, gedeeltelijk of basisopleiding). Bovendien wordt aandacht besteed aan enerzijds de zogenaamde opleidingsclusters en anderzijds de Onderwijs- en OpleidingsRegio’s (OOR’s). In totaal gaat het om meer dan 800 opleidingen in 136 opleidingsinstellingen, waarvan de meeste zich concentreren in de acht UMC’ en de 27 STZ-ziekenhuizen.

Voor nadere toelichting: Joris Meegdes: 030-2823208 of j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl