Op verzoek van het Ministerie van VWS heeft het Capaciteitsorgaan besloten het advies voor instroom in de erkende medische vervolgopleiding plastische chirurgie vervroegd bij te stellen. Eerdere adviezen over dit specialisme zijn afgegeven in het Capaciteitsplan 2008 en een tussentijds advies begin 2009. De voorliggende bijstelling betreft een verhoging van de instroom in de vervolgopleiding voor het jaar 2011 naar minimaal 12 en maximaal 19 aios. De verhoging is vooral het gevolg van het in de raming betrekken van plastisch chirurgen die werken in ZBC ’s en privé klinieken. Het Capaciteitsorgaan heeft bij de aanbieding van haar advies aan de minister een duidelijke voorkeur voor de maximale variant van 19 aios kenbaar gemaakt in verband met de momenteel bestaande krapte op de markt.
Het advies heeft alleen betrekking op het instroomjaar 2011. Vanaf het instroomjaar 2012 zal gebruik kunnen worden gemaakt van het instroomadvies uit het Capaciteitsplan 2010, dat momenteel wordt voorbereid.
Capaciteitsorgaan adviseert verruiming van de instroom in de opleiding tot tandarts en mondhygiënist
Het Capaciteitsorgaan heeft de minister geadviseerd de instroom in de opleiding tot tandarts te verhogen van 240 naar 314 tot 466 en in de opleiding tot mondhygiënist van 300 naar 333 tot 416. Het betreft richtinggevende adviezen. De ruime bandbreedte houdt verband met de mate van taakherschikking in de toekomst en met de hoogte van de instroom van buitenlandse tandartsen. De vraag naar mondzorg groeit de komende jaren. Naar verwachting kan een groot deel van die groei voor rekening komen van de mondhygiënist, waarvan de opleiding onlangs is verlengd met één jaar. De afgelopen jaren is de instroom van tandartsen uit het buitenland aanzienlijk toegenomen. Het Capaciteitsorgaan vindt dat Nederland minder of niet afhankelijk moet zijn van de buitenlandse instroom. Bij een ophoging voor de opleiding tandheelkunde naar 314 is de helft van de buitenlandse instroom van de afgelopen jaren meegenomen. Ophoging naar 466 is nodig als de buitenlandse instroom geheel buiten beschouwing gelaten wordt.
Capaciteitsorgaan adviseert verruiming numerus fixus naar 3.100
Het Capaciteitsorgaan heeft besloten om de minister te adviseren de numerus fixus te verruimen van 2.850 naar 3.100 studenten. Aanleiding voor dit besluit zijn 3 nieuwe gegevens. 1) In het tussentijds advies 2009 over de gewenste instroom in de huisartsenopleiding wordt geadviseerd om jaarlijks 730 basisartsen in deze vervolgopleiding te laten instromen. Ten opzichte van de toegestane instroom in 2009 zijn dat er 130 meer. 2) De resultaten uit onderzoek naar het keuzegedrag van basisartsen laten zien dat ongeveer 12% van elk cohort basisartsen niet beschikbaar is voor instroom in een erkende medische vervolgopleiding. 3) Een tussentijds advies over de consequenties van het niet langer meerekenen van de instroom van artsen met een buitenlands specialistendiploma. Dit betekent dat jaarlijks over alle erkende medische vervolgopleidingen tezamen 157 basisartsen meer in opleidingen moeten instromen.
Instroom huisartsenopleiding naar 730 aios vanaf 2011
Het Capaciteitsplan 2008 ging ervan uit dat een jaarlijkse instroom in de medische vervolgopleiding huisartsgeneeskunde van 700 aios voldoende is om in 2025 het evenwicht tussen vraag en aanbod naar huisartsenzorg te handhaven. Bij de voorbereidingen van het tussentijds advies bleek dat de huisartsen tengevolge van in 2009 door het CBS bijgestelde demografische prognose iets meer vraag moeten beantwoorden dan geraamd was in 2008. Het daadwerkelijk aantal werkzame huisartsen was in 2008 bovendien groter dan geraamd, hetgeen ook weer een grotere vervangingsbehoefte met zich mee brengt. De instroom van huisartsen uit het buitenland nam verder af en de feminisering nam iets toe. In het tussentijds advies 2009 wordt daarom geadviseerd om de jaarlijkse instroom in de medische vervolgopleiding huisartsgeneeskunde vanaf 2011 te verruimen naar 730 aios in plaats van de (in 2008) geadviseerde 700 aios. Voor nadere toelichting: a.esch@capaciteitsorgaan.nl
Capaciteitsorgaan adviseert verruiming instroom opleiding specialist ouderengeneeskunde naar 102
Het Capaciteitsorgaan heeft besloten om de minister tussentijds te adviseren de instroom in de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde te verruimen van 99 naar 102. Redenen voor de uitbreiding zijn een lichte stijging van de vraag, een daling van de gerealiseerde instroom in het specialisme (en de opleiding) de laatste jaren, en het niet realiseren van de incidentele extra instroom in 2009. Daartegenover staat dat de specialist ouderengeneeskunde meer patiënten (mede) behandelt in de beschikbare tijd, die bovendien is toegenomen. In haar advies geeft het Capaciteitsorgaan ook aan dat verticale substitutie tussen specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundig specialist chronische zorg gestimuleerd dient te worden middels gerichte subsidie voor deze opleiding.
Het Capaciteitsorgaan heeft besloten om de minister te adviseren de afhankelijkheid van de instroom van artsen met een buitenlands specialistendiploma te verminderen. Tot nu toe wordt de instroom van specialisten met een buitenlandse registratie in mindering gebracht op de instroom van aios in de diverse erkende medische vervolgopleidingen. Het Capaciteitsorgaan verwacht om diverse redenen dat deze instroom de komende jaren gaat dalen. De instroom in de vervolgopleidingen zal nu al moeten toenemen om deze verwachte daling van de instroom in de specialismen te compenseren. Afhankelijk van het moment waarop onafhankelijkheid van de buitenlandse instroom wordt nagestreefd (2019 of 2025) zal de instroom van aios in Nederlandse opleidingen moeten worden verruimd met 157 tot 231 aios. Voor nadere toelichting: v.slenter@capaciteitsorgaan.nl
In dit overzicht wordt de meest actuele stand van zaken (eind oktober 2009) weergegeven van de in Nederland aanwezige erkende opleidingsinrichtingen voor wat betreft de groep van de erkende medische specialismen. Ten opzichte van de vorige keren is nieuw dat het specialisme psychiatrie is inbegrepen. Onderscheid wordt wederom gemaakt naar soort opleiding, d.w.z. of het een academische, volledige, perifere, gedeeltelijke of basisopleiding betreft. Bovendien wordt aandacht besteed aan de zgn. opleidingsclusters en Onderwijs- en OpleidingsRegio’s, kortweg ook wel als OOR’s aangeduid. Voor nadere toelichting:j.meegdes@capaciteitsorgaan.nl